Extract uit het WITTE WEEKBLAD- d.d. 18 october 2006

­

Roulette: Toos Hermans ...

'Je kunt zeker iets betekenen voor

mensen in een verdrietige periode'

Hillegom - De Hillegomse Roulette is een wekelijkse rubriek, waarin iemand die in Hillegom woont of werkt aan het woord is. Vorige week was dat Mart Menken. Zijn vraag aan Toos Her­mans was, hoe het is om bij een uitvaartbedrijf te werken.

Toos Hermans (45) werkte ja­renlang in het bollenbedrijf van haar man mee. De laatste vier jaar is ze werkzaam in een uitvaartbedrijf in Lisse.


Hoe is het om in een uitvaart­bedrijf te werken?

'Ik vind het heel vervullend werk, omdat je veel voor mensen kunt betekenen die met groot verdriet zitten.'


Hoe kwam je er in terecht?

'Het vreemde is dat ik het al­tijd al gewild heb. Het leek me heel mooi werk. En ik ben een regelneef, ik neem anderen graag zorg uit handen. Ik werkte als productie­medewerkster bij

mijn man in het bollenbedrijf. Mijn zus werd ernstig ziek rond haar veertigste en ze zei: waarom doe je niet wat je echt wilt? Jij hebt nog de kans om te kiezen! Uiteindelijk heb ik er met mijn man over gespro­ken en ben ik inderdaad uit­vaartleidster geworden. Ik ben eerst in Amsterdam gaan werken, want ik wilde weten of ik met het verdriet van an­deren om kon gaan. Dan kun je beter niet meteen beken­den tegenkomen, want dat maakt het niet makkelijker. De collega-uitvaartleidster daar was overigens pas 24.'


Je werkt in de Bollenstreek?

'Ja, bij van der Putten in Lisse. Ik ben de specifieke Stivu­cursus gaan doen die onge­veer een jaar duurt. Je

hebt cursusdagen in Utrecht en loopt ook stage. Daarna kwam ik na een open sollicitatie in Lisse terecht en daar werk ik nu ongeveer twee jaar. Ik heb het altijd een mooi bedrijf ge­vonden.'


Is het vak emotioneel zwaar?

'Het helpt dat ik de dood niet als een einde zie. Voor mij is overlijden een overgang en ik ben er van overtuigd dat ik mensen straks weer tegen­kom. En ik kan het naast me zetten; het is niet mijn verdriet. Dat is natuurlijk ook nodig, want je bent er wel bij betrokken, maar je moet het niet allemaal mee naar huis nemen. Ik maak me nooit van te voren zorgen over de situatie die ik aantref. Maar ik moet er zelf ook wel eens

om huilen, of ik loop met een brok in mijn keel weg. Er zijn best overlijdens die je niet meer vergeet. Het eerste jonge kindje dat ik heb begraven bijvoorbeeld, daar bleef ik lang aan deken. Maar ook mensen die elkaar verliezen na vijftig, zestig jaar huwelijk. Die zijn soms heel afhankelijk van elkaar.

We hebben een hecht team van vijf uitvaartleiders, twee mannen en drie vrouwen en vangen elkaar op als dat nodig is. Aan je collega’s kun je je verhaal kwijt. Een enkele maal klikt het niet met een familie. In zo’n geval neemt een ander het over.’


Heb je er nooit spijt van gehad dat je dit bent gaan doen?

Nee, ik doe mijn werk met hart en ziel. En ook voor jezelf leer je ervan, hoe je dingen moet verwerken en een plekje geven.’

Wat is precies je taak?

De familie belt na een overlijden op. De uitvaartleider komt dan langs en gaat alles regelen. Je bespreekt wensen van de nabestaanden in verband met bijvoorbeeld het opbaren, want dat kan eventueel ook thuis. Verder al of niet een kerkdienst, de begrafenis of crematie en alle bijzonderheden die daar verband mee houden. Je komt mensen natuurlijk in een kwetsbare situatie tegen. Je doet je best hen tot steun te zijn en te zorgen dat alles goed geregeld wordt. Je legt mogelijk­heden voor en geeft keuzes aan. Meestal verloopt zo’n gesprek goed. Alle familieleden moeten met de beslissingen kunnen leven.’


Heb je ook na dat gesprek nog met de familie te maken?

'Ja, je bent vijf dagen lang een deel van de situatie en gaat het hele traject mee. Je bent ook een luis­terend oor, het aanspreekpunt in alles dat nabestaanden tegenkomen. Ik adviseer de familie altijd een klein bloknootje op tafel te leggen en alle vragen op te schrijven.

Opbaren wordt door collega’s van ons gedaan. Als iemand thuis ligt opgebaard ga je ook iedere dag even langs. Je let op kleine details. Of de overledene er mooi uitziet, want het is het laatste afscheid voor de familieleden. Na de dienst ga je nog mee naar het condoleren en daarna neem je afscheid.’


Zijn er vaak speciale wensen?

Dat komt voor. Mensen kunnen om alles vragen, een kist in een af­wijkende kleur of zelfs een karton­nen doos. Het is onze taak om zo goed mogelijk in te spelen op wat de nabestaanden willen. Het is per mens verschillend hoe met het gemis wordt omgegaan.’


Kom je in werkelijkheid ook wel bekenden tegen?

Natuurlijk. Ik ken in Hillegom erg veel mensen, dus als hier een begra­fenis plaatsvindt, ken ik mensen vaak persoonlijk. Aan de andere kant, het praat makkelijker. Beken­den durven meer te zeggen en te vragen, ze zijn wat vertrouwder met je. Ik werk drie dagen per week, maar eigenlijk ben je zeven dagen in de week en 52 weken per jaar uit­­vaartleidster. Je komt toch regel­matig mensen tegen die je in je werkt hebt ontmoet.’


Kom je nog toe aan hobby’s?

Ja, ik ben gek van rommel­mark­ten! Heerlijk en erg ontspan­nend. Ik zoek er dingen van ouder­wets emaille en allerlei hebbe­dingetjes. Verder doe ik in Nieuw-Vennep aan Line Dancing. Ik ben op zich een zonnig mens en ik ben bij alle festiviteiten in Hillegom te vinden. Of het nou gaat om de Harddraverij of om het Smartlappenfestival.’



Voor wie is de volgende vraag?

Ik wil van Pauline van der Veek graag horen hoe het is om alles voor twee kerken te regelen.’